Een dealteam zit in zijn laatste week voor de closing. In de data room liggen duizenden documenten. De verkoper zegt dat het bedrijf 8 miljoen euro adjusted EBITDA draait. Na de due diligence blijkt het 6,2 miljoen. Dat verschil van 1,8 miljoen is niet abstract: tegen een multiple van 8 verdampt er ruim 14 miljoen euro aan waardering.

Daar raken data en private equity elkaar. Niet in een mooi dashboard achteraf. In het cijfer waarop de hele deal rust.

Maar private equity is geen één ding. Waar data het meeste oplevert, hangt af van wat voor investeerder je bent: neem je de controle, of koop je secondaries? Voor ik dat onderscheid maak, eerst het aspect dat elke deal deelt: de due diligence.

Waar data een deal maakt of kraakt

Elke transactie loopt via een due diligence, het onderzoek waarin de koper de motorkap opent en nagaat of de cijfers van de verkoper kloppen. Dat gebeurt in een data room: een beveiligde online omgeving vol jaarrekeningen, contracten en exports. Daar sneuvelen deals, of veranderen ze van prijs.

Maar een data room vol ruwe bestanden is geen inzicht. Het is het verschil tussen veertig tabbladen die niet op elkaar aansluiten en één bron die dat wel doet. De waarde ontstaat pas als iemand die stapel omzet in één model dat je kan bevragen: opschonen, modelleren, koppelen, controleerbaar maken. En dat onder tijdsdruk, want de deal wacht niet.

En het bepaalt de prijs. Een koper die snel door de cijfers kan, verifieert in dagen wat anders weken kost, en biedt met vertrouwen in plaats van op een gevoel. Dat vertrouwen zit mee in de waardering: een strakke, doorzoekbare data room duwt ze omhoog, een rommelige zaait twijfel en drukt ze. Het goede nieuws voor de verkoper is dat je die kant zelf in de hand hebt.

Voor een koper die de controle neemt, is een rommelige data room trouwens niet eenzijdig negatief, maar ook een opportuniteit. Je koopt goedkoper omdat de cijfers troebel zijn. Breng je de rapportering daarna op orde, dan werkt dat langs twee kanten: een bedrijf met propere, controleerbare cijfers krijgt een hogere multiple, en pas als je ziet wat er speelt, vind je de operationele verbeteringen die de winst echt optrekken. Verkoop je enkele jaren later door, dan zit dat verschil in waardering in jouw zak. Dit echter op voorwaarde dat er geen echte lijken uit de kast vallen die de rommelige cijfers verborgen hielden. Meer daarover in het volgende deel.

Adjusted EBITDA: bewijs je cijfer voor de koper het vraagt

Neem het getal waar de meeste deals op draaien: adjusted EBITDA. EBITDA is de ruwe operationele winst. “Adjusted” haalt daar de eenmalige en niet-operationele posten uit om de echte, herhaalbare winst te tonen: het overdreven loon van de eigenaar, een familielid op de payroll, privé-kosten geboekt als bedrijfskost, bovenmarktse huur aan een eigen vastgoedvennootschap. Elke van die add-backs duwt de EBITDA omhoog, en dus de prijs.

Het risico voor de verkoper: tijdens de eigenlijke due diligence test de koper je cijfers via een quality of earnings, onder meer elke add-back. Wat je niet kan onderbouwen, gaat eruit. En omdat de prijs een veelvoud van EBITDA is, verplaatst elke geschrapte add-back de waardering met datzelfde veelvoud.

Daar helpt data, en wel op voorhand. Je kan als verkoper zelf eerst een due-diligence-readiness draaien: dezelfde toets, maar dan vooraf, om verrassingen te vermijden. In plaats van de add-backs elke keer manueel uit een export te vissen, leg je regels vast die boekingen automatisch naar add-back-categorieën mappen, per grootboekrekening, leverancier of kostenplaats. Enkel de twijfelgevallen kijk je nog met de hand na. Daarna bouwt de brug van EBITDA naar adjusted EBITDA zich reproduceerbaar op bij elke refresh, met lineage tot op de onderliggende facturen: elke aanpassing is terug te klikken, gereconcilieerd met de boekhouding en klaar om het onderzoek van de tegenpartij te doorstaan.

Zo kom je niet in de data room met een cijfer dat je nog moet verdedigen, maar met een cijfer dat al bewezen is.

Twee soorten private equity, twee soorten datawerk

Nu het onderscheid. Want waar data het meeste oplevert, verschilt fundamenteel naargelang je positie.

Als je de controle neemt

Een control buyout: je koopt een meerderheid en neemt het stuur over. Je rendement komt uit drie hefbomen: governance, operationele verbetering en financiële structuur. De middelste is waar data telt.

Je kan de operatie pas verbeteren als je ze kan zien. En de meeste bedrijven die je overneemt, zien zichzelf niet. Uren zitten in één systeem, kosten in een ander, verkoop in een derde. Niemand kan in één cijfer zeggen welke vestiging, welk product of welke klant echt geld opbrengt.

Dat is precies het werk. Een gedeelde datalaag bouwen. Een P&L die je effectief kan opsplitsen per vestiging, product en klant, in plaats van een spreadsheet die elke maand anders wordt samengesteld. Omdat jij de controle hebt, mág je het datamodel herbouwen. En je 100-dagenplan wint of verliest voor een groot stuk op hoe snel je dat voor elkaar krijgt.

Kort gezegd: bij een control buyout is data geen rapportering achteraf. Het is een deel van de waardecreatie zelf.

Als je secondaries koopt

Secondaries zijn een ander spel. Je koopt een bestaand belang over van een andere investeerder, in een bedrijf of in een fonds. Je krijgt zelden operationele controle. En de vorige eigenaar heeft de operatie meestal al uitgeperst.

Dat betekent dat je waarde niet uit een operationele ommekeer komt. Je kan de motor niet opendraaien, want je zit niet aan het stuur. Dus verschuift het datawerk naar twee andere dingen.

Ten eerste: prijzen met minder zicht. Je data room is vaak dunner. Je koopt een positie die je niet volledig kan openleggen. Snel en scherp lezen wat er wél is, wordt je voordeel.

Ten tweede: aggregeren en monitoren. Een secondaries-portefeuille is divers. Belangen in meerdere fondsen, directe participaties, elk met hun eigen rapportering: andere schema’s, geen gedeelde identifier tussen fondsen, cijfers die je soms uit PDF-rapporten moet trekken, zelden op tijd. Dat samentrekken tot één levend beeld, waar je exposure zit, hoe de waarde evolueert, welke posities dragen en welke afglijden, dát is het echte engineeringwerk. Geen operationele hefboom, maar snelheid en helderheid van oordeel.

Wat dit voor jou betekent

Neem je de controle? Bouw de datalaag vroeg. Behandel ze als onderdeel van je waardecreatie, niet als iets voor later.

Doe je secondaries? Je voordeel zit in aggregatie en in de snelheid waarmee je een positie kan doorgronden.

In beide gevallen begint het bij dezelfde vraag: kan je op tijd zien wat er echt aan de hand is? De meeste fondsen denken van wel, tot de due diligence het tegendeel bewijst.

Zit je met die vraag voor een concrete deal of portefeuille? Boek een call en we kijken samen waar je zicht rammelt.